Het Ras

De Tamworth – vernoemd naar de gelijknamige plaats in het Engelse Staffordshire –  behoort niet alleen tot één van de oudste varkensrassen, waarvan de herkomst te herleiden is tot het Europese wilde zwijn – vrij dus van Aziatische invloeden – het varken beschikt ook over een aantal unieke eigenschappen die beslist niet verloren mogen gaan. Om te beginnen het uiterlijk: de vacht is rood of gemberkleurig, de neus en het lichaam zijn lang, de oren staan rechtop en de hoge poten zorgen ervoor dat het varken al wroetend niet met de buik over de grond sleept. Met diezelfde hoge poten kan het varken ook hoge snelheden ontwikkelen. De Tamworth staat bekend als hardloper.
Het is een sterk ras dat goed tegen kou en warmte kan. Door de dichte vacht heeft de Tamworth geen last van zonnebrand, hoewel het varken tijdens de rui in juni en augustus wel schaduwrijke plekken en een modderpoel opzoekt. Dankzij de hardheid en de geringe gevoeligheid voor ziekten kan de Tamworth goed dienst doen als buitenvarken, bij voorkeur in de bossen. Daar zou de toekomst van het ras dan ook moeten liggen, vinden de Britten: in begrazingsprojecten.
De zeugen zijn zorgzame moeders, die tomen van zes tot tien jongen ter wereld brengen. Ze zouden zich met wat schuilhutjes prima kunnen redden. Om enige controle te houden over de tomen, kunnen de zeugen met hun nageslacht ook worden ondergebracht in een grote schuur.
De biggen van het Tamworthvarken groeien overigens lang niet zo snel als industrievarkens, maar eenmaal volwassen kunnen ze wel een fiks gewicht bereiken: tussen de 250-370 kg. Waardoor ze tevens als slow-food vleesvarkens hun waarde behouden.

Reageren is niet mogelijk